Interview met de Geschiedenis

Hoe zag een werkdag eruit voor Quintus Barbius Velinus, een Romeinse legioensoldaat? Kan Ada Lovelace uitleggen hoe de Analytical Engine werkt? Hoe kijkt Alexandre Dumas terug op zijn tijd op de militaire academie in Parijs? Hoewel we deze historische figuren niet zelf kunnen interviewen, op een teletijdmachine is het nog even wachten, kunnen we met behulp van artificiële intelligentie toch een glimp opvangen van hun ervaringen. Dit lesvoorbeeld bouwt voort op eerdere lessen over taaltechnologie, een nieuw onderdeel in het Archeocentrum Velzeke en laat zien hoe je AI kunt gebruiken om informatie te verzamelen, interviews voor te bereiden en fictieve gesprekken te voeren. Daarna leer je hoe je deze gesprekken kunt transcriberen, omzetten in nieuwsberichten en delen op sociale media. Niet door AI al het werk te laten uitvoeren, maar door het doelgericht in te zetten.

Dit experiment in "tijdreizen" vereist natuurlijk enige uitleg. Met dit lesmateriaal willen we niet alleen de taalvaardigheid van leerlingen verbeteren, maar ook hun AI-geletterdheid versterken.

We richten ons op specifieke vaardigheden en competenties, die we hieronder per fase van het project uiteenzetten. Telkens wordt voorafgegaan door 'de leerling kan':

Achtergrondinformatie verzamelen:

  • bronnen vinden met een zoekmachine;

  • AI correct inzetten voor onderzoek;

Het interview voorbereiden:

  • interviewvragen formuleren op basis van onderzoek.

  • specifieke-, open- en vervolgvragen bij een interview kunnen opstellen, duiden en onderscheiden;

  • een effectieve prompt opstellen voor een ‘large language model’;

  • belang van context begrijpen bij het maken van een prompt voor generatieve AI.

Het interview afnemen:

  • informatie en vragen in een AI-model laden;

  • een interview opnemen (audio-of video-opname);

  • letten op juiste uitspraak tijdens het interview.

Het interview verwerken tot een nieuwsartikel:

  • AI gebruiken om een transcriptie te maken;

  • de opbouw van een krantenartikel begrijpen, inclusief structuur, doelgroep, verzender, ontvanger …

  • de transcriptie verwerken tot een artikel;

  • het eigen artikel vergelijken en aanpassen met behulp van AI-output.

Het artikel verwerken tot een socialmediapost:

  • elementen van een socialmediapost duiden, zoals platform, duidelijke boodschap, doelgroep, call to action en taalgebruik;

  • deze elementen toepassen om een artikel om te zetten in een social media post;

  • eigen bericht vergelijken en aanpassen aan de hand van de output van een AI-model.

Een behoorlijke boterham aan competenties. Deze stappen lichten we hieronder stap voor stap toe.

Achtergrondinformatie verzamelen

Persoon kiezen

Portret van Ada Lovalace Byron - Wikimedia

We beginnen met de wie-vraag: welke persoon willen we interviewen? Hier ligt een kans om aan te knopen bij eerder behandelde stof, een vorig hoofdstuk, of het vak van een collega. Hebben de leerlingen in biologie net geleerd over Darwin? Of hebben ze in geschiedenis het hoofdstuk over Karel V afgerond? Gebruik deze momenten als aanknopingspunten. Laat leerlingen niet zomaar een willekeurige persoon kiezen, maar zorg ervoor dat de keuze aansluit bij het curriculum. Dit kan verticaal, door eerdere leerstof binnen hetzelfde vak te benutten, of horizontaal, door te kijken naar de leerlijnen van collega’s. Zo voorkom je dat leerlingen met een persoon moeten werken waar ze nog nooit van hebben gehoord, en geef je hen de kans om hun voorkennis te activeren.

Voor dit lesvoorbeeld kies ik een figuur die mijn leerlingen goed kennen: Ada Lovelace Byron, de (vermeende) eerste programmeur en een belangrijke pionier in de computerwetenschappen. Nu leerlingen een figuur hebben gekozen en voorbereid zijn om meer over hen te leren, rijst de vraag: hoe vinden ze de informatie die ze nodig hebben? In het huidige digitale tijdperk neigen velen snel naar GPT-toepassingen zoals ChatGPT, maar is dit altijd de beste keuze?

Zoekmachine versus GPT-machine

Wanneer leerlingen hun persoon hebben gekozen, verzamelen ze belangrijke informatie in een tekstdocument. Tegenwoordig grijpen ze snel naar een GPT-toepassing zoals ChatGPT en voeren prompts in zoals: "Schrijf een korte biografie van tien zinnen over Ada Lovelace. Hou het taalgebruik op het niveau van een vijftienjarige student." Binnen enkele seconden verschijnt de gevraagde informatie op het scherm van de leerling. Klaar is Kees, toch?

Wanneer VRT-journalist Tim Verheyden in een klas vijfdejaars polst naar het gebruik van ChatGPT (VRT-programma ‘Het Digitale Dilemma, seizoen 1 aflevering 2)

Als je merkt dat dit gebeurt in de klas, kun je het zien als een waardevol leermoment. Wanneer leerlingen de opdracht krijgen om feitelijke informatie te verzamelen over een persoon, is blindelings vertrouwen op een generatief tekstmodel geen goed idee. Dit heeft te maken met de juistheid van de informatie, het risico op hallucinaties door het model, het gebrek aan transparantie over de bronnen, en het ecologische vraagstuk rond het gebruik van deze technologie.

Hallucinaties

Hallucinaties is een term die wordt gebruikt om onjuiste output van een AI-model te beschrijven. Dit gaat niet zomaar over verkeerde informatie, maar over output die heel overtuigend lijkt, maar bij nader onderzoek fout blijkt te zijn. Zo kan het gebeuren dat een AI-model een biografie van Ada Lovelace schrijft die voor 90% correct is, maar foutief vermeldt dat ze in Parijs is geboren, terwijl ze in werkelijkheid in Londen werd geboren. Wat het nog gevaarlijker maakt, is dat het AI-model deze fout of onzekerheid niet met de gebruiker deelt.

Deze hallucinaties kunnen ontstaan door verschillende factoren, zoals een gebrek aan data in de dataset waarmee het model is getraind, overfitting of de complexiteit van het model zelf. Er zijn dus veel mogelijke oorzaken van dit soort verzinsels. Om deze fouten te filteren uit de output van het AI-model, moeten gebruikers de informatie altijd factchecken, door verder onderzoek te doen en hun bestaande voorkennis toe te passen. Gebruikers die niet kritisch genoeg zijn of niet over voldoende voorkennis/vakkennis beschikken, lopen hier een groter risico.

Sta in de klas stil bij het gevaar van dit soort verzinsels voor de correctheid van het werk van leerlingen. Leer hen hoe ze de output grondig kunnen controleren en toon aan dat in tijden van AI een goede basis aan voorkennis uiterst belangrijk is en blijft. Ook goed bronnenonderzoek kan hierbij helpen. Maar naast de risico's van hallucinaties in AI-modellen, is een ander aspect waar we aandacht aan moeten besteden net de transparantie van de bronnen die deze modellen gebruiken.

Transparantie

Wanneer leerlingen een onderzoeksopdracht uitvoeren, biedt dit ons ook de kans om het belang van betrouwbare bronnen te benadrukken. Het is belangrijk dat leerlingen informatie halen uit bronnen die we als betrouwbaar beschouwen en dat ze een lijst van referenties opstellen. Dit is niet bedoeld om hen met extra werk te belasten, maar juist omdat het in wetenschappelijk onderzoek essentieel is dat resultaten kunnen worden geverifieerd en eventueel gerepliceerd. Hoewel dit laatste minder frequent voorkomt in het secundair onderwijs, vormt het wel een noodzakelijke reflex voor hogere studies.

Een belangrijke zwakte van AI-modellen zoals GPT is net hun onvermogen om transparant en betrouwbaar bronnen te vermelden. We kunnen dit illustreren met het eerder genoemde voorbeeld waarin een leerling via een prompt een biografie van Ada Lovelace verkrijgt. De tekst leest vloeiend, maar aan het einde ontbreekt een bronnenlijst. Als je het model vraagt om de bronnen te geven waarop het zich baseerde, blijken deze vaak onjuist of verzonnen te zijn, wat aansluit bij het eerder besproken probleem van hallucinaties. AI-modellen zoals Google Gemini of ChatGPT hebben geen live toegang tot de gigantische bibliotheken aan informatie waarop ze zijn getraind; ze genereren tekst door telkens het volgende woord in een zin te voorspellen.

Een klassieke zoekmachine biedt daarentegen wel zicht op de bronnen. Hoewel er ook algoritmes achter de schermen werken om de rangschikking van websites (en advertenties) te bepalen, biedt een zoekmachine gebruikers een scala aan bruikbare en vooral verifieerbare bronnen die zelf in hun onderzoek kunnen worden verwerkt.

Die klassieke zoekmachines bestaan al een gehele poos en zijn vrij efficiënt in hun taak. Die efficiëntie durft een laatste zwakke plek vormen van AI-systemen die we hier zullen bespreken. 

Ecologisch vraagstuk

AI-modellen zoals tools voor tekstgeneratie zijn heel handig. In een handomdraai heb je een volledige tekst die misschien voor 94% gelijkaardig is aan de inhoud die je kon vinden op Wikipedia. Echter, zo een tekst genereren kost heel veel energie.

AI-modellen, zoals tekstgeneratietools, zijn handig en kunnen snel volledige teksten produceren die vaak grotendeels overeenkomen met wat je op Wikipedia zou vinden. Echter, het genereren van zo'n tekst kost heel veel energie. AI-modellen gebruiken complexe berekeningen om woorden te voorspellen en teksten te genereren. Die berekeningen vinden meestal plaats in datacenters over de hele wereld. Deze datacenters, met hun krachtige processors en grafische rekeneenheden, verbruiken enorme hoeveelheden energie.

Hoewel een zoekopdracht via een zoekmachine ook wordt uitgevoerd op een externe server, is de werking van zoekmachines veel geoptimaliseerder. Ze zoeken in bestaande databanken naar relevante informatie, een proces dat we door de jaren heen verfijnd hebben om energieverbruik te minimaliseren. Dit maakt zoekmachines aanzienlijk efficiënter in hun energiegebruik dan AI-tekstgeneratie.

Hoewel deze uitleg zich enkel richt op de energieverbruikende aspecten van het gebruik van AI-modellen door de eindgebruiker, is het belangrijk om te beseffen dat er ook energie nodig is voor het verzamelen van data en het trainen van AI-modellen. Toch kunnen we al concluderen dat in hun huidige vorm zoekopdrachten veel efficiënter zijn dan het genereren van teksten door AI. Daarom is het, vanuit ecologisch oogpunt, verstandig om bij eenvoudige informatieopdrachten te kiezen voor de geoptimaliseerde zoekmachineprocessen in plaats van energie-intensieve AI-tekstgeneratie.

Interview voorbereiden

Nadat we de informatie over onze historische figuur hebben verzameld, dienen we ons interview voor te bereiden. Dit betekent dat we nadenken over relevante vragen die we kunnen stellen aan onze gesprekspartner. Die vragen kunnen we onderverdelen in drie types aan vragen, namelijk: specifieke vragen, open vragen en vervolgvragen. 

Specifieke vragen

Specifieke vragen focussen op één punt, zijn eenvoudig te beantwoorden en geven context aan het gesprek en de persoon die we interviewen. Ze zijn kort en bondig, waardoor ze ideaal zijn om het gesprek te beginnen. Voorbeelden van dit soort vragen zijn:

  • In welk jaar ontmoette u … ?

  • Wie was uw voornaamste partner binnen het onderzoek?

  • Wanneer zag u voor het laatst …?

Open vragen

Open vragen geven de gesprekspartner de ruimte om een gedetailleerd antwoord te geven. Deze antwoorden bieden de mogelijkheid om persoonlijke inzichten en ervaringen te delen en kunnen leiden tot nieuwe informatie. Bijvoorbeeld:

  • Kunt u uitleggen hoe u de Analytical Engine verder hebt ontwikkeld?

Een open vraag is ook ideaal als afsluiter van het gesprek, zoals: “Zijn er zaken die we niet hebben besproken, maar die je zeker nog wilde meegeven?” Dit geeft de gesprekspartner de kans om het gesprek af te ronden met een laatste inzicht of toevoeging.

Vervolgvragen

Vervolgvragen zijn vaak het moeilijkst om van tevoren vast te leggen. Ze ontstaan vanuit informatie die je tijdens het interview krijgt en bieden de kans om dieper in te gaan op nieuwe inzichten. Vervolgvragen tonen aan dat je actief luistert en echt geïnteresseerd bent in het verhaal van je gesprekspartner. Als je alleen je voorbereide vragen afwerkt, kan dat de indruk wekken dat je minder betrokken bent.

Deze vragen verzamelen we opnieuw in het tekstdocument waar we eerder de achtergrondinformatie in bundelden. Dit document zullen we, zowel als interviewer als onze AI-gesprekspartner, gebruiken tijdens het interview.

Interview afnemen

Een voorbeeld van hoe AI-modellen "gesprekken met historische figuren" tot leven kunnen brengen. Een project van Lean Learning Machines en Archeocentrum Velzeke. Bron (HLN)

Nu is het tijd om ons interview te voeren. Hiervoor gebruiken we een GPT-model. Hoewel de teletijdmachine helaas nog niet bestaat, kunnen we dankzij AI toch een gesprek simuleren met Ada Lovelace. Door onze achtergrondinformatie en vragen om te zetten in een duidelijke prompt, kunnen we het echte interview beginnen. We starten met het ontleden van de belangrijke elementen van een prompt, geven vervolgens vorm aan onze eigen prompt, en gaan uiteindelijk over naar het echte gesprek.

Interviewprompt opstellen

Als we willen communiceren met een GPT-model, moeten we het voorzien van een instructie, ook wel een prompt genoemd. Deze prompt fungeert als de spelregels voor onze conversatie, die het AI-model gebruikt om context te geven aan de antwoorden die het genereert. Elke keer dat het GPT-model een antwoord formuleert, berekent het het volgende woord of token op basis van de woorden in onze prompt. Hoe beter we de prompt structureren en verrijken met relevante informatie, hoe nauwkeuriger en nuttiger de output van het model zal zijn. In feite spelen we door het opstellen van een prompt een rollenspel met het AI-model, waarbij wij bepalen hoe het model zich moet gedragen.

Interviewprompt ontleden

Nu we begrijpen hoe een prompt werkt, gaan we deze ontleden. We hebben spelregels nodig om het rollenspel succesvol te laten verlopen. Een voorbeeld van zo’n prompt zou kunnen zijn:


“We spelen een interview - rollenspel. Jij bent de persoon die geïnterviewd wordt. Ik zal jou interviewen. Ik geef je hieronder enkele zaken mee.

-                basisinformatie over jouw persona.

-                mogelijke vragen die we tijdens het interview aan jou kunnen stellen.

Je krijgt eerst deze informatie. Lees die grondig door. Geef weer of je de opdracht begrijpt voordat we aan het interview beginnen. Begrepen?”


Vervolgens geven we de GPT-tool twee zaken mee, namelijk de achtergrondinformatie die we hebben verzameld in de eerste fase van dit lesproject en de vragen die we hebben opgesteld in de tweede fase van het lesproject. Deze informatie kan je aan de GPT-tool geven door een eenvoudige copy-paste uit te voeren. Hieronder vind je beide stukken die ik heb ingevoerd in mijn conversatie met ChatGPT.

We geven de GPT-tool nog een laatste instructie mee voordat we het interview echt kunnen beginnen.

“Begrijp je het doel en de opzet van dit interview? Ik speel de interviewer, jij de interviewee. We werken vraag per vraag. Beantwoord de vraag duidelijk. Gebruik taal op niveau van een X-jarige leerling. Leg moeilijke begrippen telkens kort en bondig uit. Begrepen? (ja/neen)”

Interview afnemen en opnemen

Nu we de prompt hebben opgesteld en de spelregels duidelijk zijn, is het tijd om deze in de praktijk te brengen. We starten ons gesprek met het AI-model en nemen dit op voor verdere analyse en feedback. Hoewel de spraakmogelijkheden van dergelijke tools beter presteren in het Engels, zijn ze ook in het Nederlands voldoende geschikt om een realistisch interview te simuleren.

Vraag de leerlingen om met een tweede toestel (smartphone, tablet of laptop) het gesprek op te nemen. Deze opname gebruiken we om feedback te geven op hun uitspraak, het gebruik van vervolgvragen, en de algehele interactie in het gesprek. Zo krijgen de leerlingen een volledig beeld van hun spreekvaardigheid en kunnen ze hun vaardigheden verder aanscherpen.

Nieuwsartikel schrijven

Nu het interview is afgerond, willen we onze bevindingen delen met een breder publiek. Dit doen we door een krantenartikel te schrijven waarin we de belangrijkste inzichten uit ons gesprek verwerken. Om dit te doen, hebben de leerlingen twee zaken nodig: kennis van de structuur van een krantenartikel en een transcriptie van het gevoerde gesprek.

Structuur krantenartikel

We gaan aan de slag met enkele kranten in de klas om te analyseren hoe een goed artikel is opgebouwd. Dit hebben leerlingen waarschijnlijk al eerder gedaan, maar een herhaling kan geen kwaad. Ze zoeken naar de volgende kenmerken: krantenkoppen, tussentitels, inleiding, en conclusie. Daarnaast analyseren ze de inhoud: wie het betreft, wat er is gebeurd, waar en wanneer het plaatsvond, wie de doelgroep / ontvanger is, wie is de zender en wat de toon van de tekst is.

Transcriptie

Een transcriptie van het gesprek kan op twee manieren worden gemaakt. Traditioneel kan een leerling de audio handmatig uittypen, wat tijdrovend is. Tegenwoordig wordt dit proces vaak versneld door gebruik te maken van AI-tools zoals Whisper, die in enkele minuten een volledige transcriptie kunnen genereren. Het is echter belangrijk dat leerlingen de transcriptie zorgvuldig controleren, omdat AI nog steeds fouten kan maken, vooral in het Nederlands of bij onduidelijke uitspraak. Ongecorrigeerde fouten kunnen zich verder verspreiden in het project, wat kan leiden tot foutieve informatie in het uiteindelijke nieuwsartikel.

Vanaf dit punt in het lesproject zie je technieken terugkomen die we eerder hebben ontwikkeld in het lesmateriaal ‘Taaltechnologie op de Redactie’. Eerst maken de leerlingen zelf een (deel van de) transcriptie, schrijven ze hun eigen nieuwsartikel en stellen ze een socialmediapost op. Daarna laten we elke stap volledig uitvoeren door een AI-model. In de laatste stap vergelijken we ons werk met dat van de computer en combineren we de beste elementen van beide om tot een optimaal eindresultaat te komen.

Zelf een artikel schrijven

Zoals je in het schema hierboven kunt zien, schrijven de leerlingen niet alleen zelf een transcriptie van het interview (je kunt deze opdracht beperken door hen bijvoorbeeld alleen de eerste drie minuten te laten uitschrijven), maar ze schrijven daarna ook een kort nieuwsartikel op basis van dit gesprek. Dit soort artikelen vind je vaak in de weekendbijlagen van kranten. Omdat het schrijven van zo’n artikel voor leerlingen een uitdagende taak is, analyseren we samen eerst bestaande artikelen om de belangrijkste elementen en kenmerken te identificeren. We kijken bijvoorbeeld naar de inhoud: Over wie gaat het artikel? Wat is de nieuwswaarde? Is het gespreksonderwerp actueel of krijgt het zijn nieuwswaarde door een specifieke locatie of gebeurtenis, zoals een interview met een professor politieke wetenschappen vlak voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen?

De kenmerken op het gebied van inhoud en tekststructuur vormen de basis voor een evaluatiematrix die we samen opstellen. Deze matrix maakt duidelijk welke criteria belangrijk zijn voor een goed krantenartikel en hoe de leerlingen hun eigen werk hieraan kunnen toetsen. Bovendien zullen de leerlingen dezelfde matrix gebruiken om het artikel te evalueren dat door een AI-systeem wordt geschreven.

Artikel door AI laten schrijven

Nadat de leerlingen hun eigen nieuwsartikel hebben geschreven, kunnen we nu de kracht van AI inzetten om hetzelfde artikel door een GPT-tool te laten schrijven. Om dit te doen, heeft de tool twee dingen nodig: de transcriptie van ons gesprek en enkele richtlijnen voor het artikel. Deze richtlijnen omvatten zaken zoals de structuur (inleiding, midden, slot), de beoogde doelgroep en de gewenste toon van het artikel. Samen met de transcriptie vormen deze richtlijnen de context voor de GPT-tool, die vervolgens woord voor woord het artikel genereert.

Hieronder vind je een voorbeeldartikel dat is geschreven door GPT4-o-mini, aangesproken via de API-toegang van OpenAI. De leerlingen analyseren dit soort resultaten en zoeken naar wat goed is en wat beter kan. Hiervoor kunnen ze dezelfde evaluatiematrix gebruiken die ze eerder hebben gebruikt voor de controle van hun zelfgeschreven artikel. Deze oefening helpt hen niet alleen de sterke en zwakke punten van AI-gegenereerde teksten te identificeren, maar ook hun eigen schrijfvaardigheden verder te ontwikkelen.

Opmaak van een krantenartikel

Nu de leerlingen hun artikel hebben geanalyseerd en een synthese hebben gemaakt van hun eigen werk en de output van het AI-model, is het tijd om het artikel op te maken tot een krantenartikel. Hiervoor kunnen ze teruggrijpen naar kranten om te bekijken hoe de lay-out van een artikel eruitziet, met aandacht voor elementen zoals kolommen, koppen, afbeeldingen en bijschriften. Ze kunnen dit namaken met behulp van een tekstverwerker of Canva, waar ze templates kunnen vinden om hen te helpen.

Wil je de lat wat hoger leggen? Verwerk dan samen met de leerlingen alle interviews in eenzelfde sjabloon en breng zo een gezamenlijke krant uit. Dit bevordert niet alleen de samenwerking, maar leert de leerlingen ook hoe een gezamenlijke inspanning kan leiden tot een professioneel en samenhangend eindresultaat.

Socialmediapost opstellen

Nu we het krantenartikel hebben afgerond, is het tijd om te onderzoeken hoe we deze inhoud effectief kunnen promoten op sociale media. In deze stap willen we ons artikel online onder de aandacht brengen met een socialmediapost. Net zoals kranten en dagbladen regelmatig hun artikelen promoten via socialemediakanalen, zullen wij analyseren welke de elementen zijn van een goede socialmediapost. Samen met de leerlingen bepalen we de belangrijkste eigenschappen van zo’n post en verwerken deze in een evaluatiematrix. Vervolgens laten we zowel de leerlingen als een GPT-tool een socialmediapost opstellen. Uiteindelijk vergelijken we de resultaten en bespreken we welke post het beste uit de verf komt en waarom.

Kenmerken van een goede socialmediapost

Socialmediaposts zijn vaak een vertrouwde tekstvorm voor leerlingen, meer dan krantenartikels. Er wordt veel onderzoek gedaan naar welke posts slagen in hun opzet en welke ingrediënten ze bevatten. Let op: deze ingrediënten verschillen soms per platform, evenals de taal die ze hanteren om gebruikers te boeien. Bijvoorbeeld, de toon van een TikTok-post verschilt duidelijk van die op LinkedIn vanwege de verschillende doelgroepen.

Wanneer we bovenstaande kenmerken samenvatten, bekomen we volgend elementen:

  • Platform: post je dit op Instagram, LinkedIn, TikTok, Facebook …

  • Gebruikers en doelgroep: gaat het hier over jongeren, of mik je op een volwassen publiek?

  • Toon en taal: informeel of eerder formeel taalgebruik? Jongerentaal of standaardtaal?

  • Relevantie: is jouw artikel relevant voor de gebruikers die je voor ogen hebt? Spreekt het hen aan? Is er soortgelijke content succesvol op dat platform?

  • Duidelijkheid: je post is vaak kort en bondig. Soms worden deze beperkingen opgelegd door het gekozen platform. Zo kan men op X (voormalig Twitter) beschikken over 280 karakters. Kan je daarbinnen de kern van jouw interview duidelijk brengen?

  • Visueel aantrekkelijk: mensen zijn visueel ingestelde wezens. Met een goed gekozen beeld kan je sneller de aandacht trekken van jouw doelgroep dan met een muur droge tekst.

  • Roept op tot actie: een post moet de gebruiker motiveren om ‘iets’ te doen. Een actie te stellen. Vaak gebruikt men een prikkelende stelling of afbeelding om de doelgroep aan te zetten om het artikel te lezen en/of te delen. Opgelet: wanneer je hier te ver in gaat, wordt dit ook wel ‘clickbait’ genoemd. Daarbij is de oproep zodanig ronkend of mysterieus, maar bevat het eigenlijke artikel weinig interessant.

Gewapend met bovenstaande informatie en het uitgeschreven artikel kunnen de leerling en het AI-model aan de slag. Hieronder vind je een voorbeeld van de output van zo’n AI-model.

Situering binnen de leerlijn

Overzicht van de leerlijn AI (Robbe Wulgaert)

Nu we hebben gezien hoe de leerlingen praktische vaardigheden toepassen binnen het kader van een socialmediapost, is het belangrijk om deze activiteiten te plaatsen binnen de bredere leerlijn die we hebben ontwikkeld. In deze leerlijn ontwikkelen leerlingen hun AI-geletterdheid door middel van verschillende modules en lesmateriaal. Het doel is om hen voor te bereiden op een digitale samenleving waarin AI-technologie steeds meer invloed heeft. 

Dit lesmateriaal kan op zichzelf worden gebruikt, maar het is ook een onderdeel van een grotere, verticale leerlijn. Deze leerlijn bevat leermodules en kant-en-klaar lesmateriaal om leerlingen te leren over artificiële intelligentie, het toepassen van deze technologie binnen vakdomeinen zoals kunst en taal en zelfs het ontwikkelen van eigen AI-toepassingen.

Het lesproject over het interviewen van een historisch figuur is onderdeel van het taal- en AI-gedeelte van de leerlijn. Hier verkennen leerlingen AI-technologieën zoals tekstgeneratie, automatische transcriptietools en spraaktechnologie. Door deze technologieën toe te passen binnen een taalvak, leren leerlingen niet alleen over AI, maar ook over tekstsoorten, taalgebruik, uitspraak en doelgroepgericht schrijven.

Meer informatie over deze volledige leerlijn en de andere onderdelen daarin vind je in het boek ‘AI in de Klas - Praktische gids voor onderwijsprofessionals’.

Doelgroep voor dit lesmateriaal

Dit lesmateriaal kan in verschillende richtingen en onderwijscontexten worden ingezet. Het is echter vooral ontwikkeld voor de doorstroomfinaliteit, specifiek voor docenten en scholieren in richtingen met een sterke focus op Moderne Talen.

Hieronder vind je de leerdoelen uit de leerplannen Communicatiewetenschappen en ‘Taaltechnologie en Taalredactie’. Omdat het materiaal ook geschikt kan zijn voor andere onderwijscontexten, zijn de bijbehorende competenties uit het EU DigComp en Unesco-framework rond AI-geletterdheid voor leerkrachten opgenomen. Afhankelijk van de specifieke context kan het lesmateriaal eenvoudig worden aangepast om te voldoen aan de behoeften van andere richtingen of finaliteiten.

Leerplanspecifieke Doelen

Dit lesmateriaal werd ontwikkeld met oog op de leerplannen ‘communicatiewetenschappen en taaltechnolgie’ en ‘taalredactie en taaltechnologie’ zoals opgesteld door het Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Volgende leerplandoelen kan je terugvinden in de aanpak en doelen van dit lesproject:

Communicatiewetenschappen en taaltechnologie (2de graad SO, Moderne Talen):

  • LPD 3+ De leerlingen tonen onderbouwd verschillen aan in media- en nieuwsgebruik vanuit de mediagebruiker. Bijvoorbeeld: “De leerlingen brengen het actuele medialandschap in kaart.”

  • LPD 4+ De leerlingen bepalen de nieuwswaarden in (inter)nationale nieuwsmedia aan de hand van criteria. Bijvoorbeeld: “De volgorde in de opbouw van een krant, een journaal …”

  • LPD 6+  De leerlingen maken een online story met nieuwswaarde. 

  • LPD 7+ De leerlingen illustreren mogelijkheden en beperkingen van taaltechnologische toepassingen. Bijvoorbeeld: “Je kan met leerlingen bestaande taaltechnologische hulpmiddelen verkennen zoals de spellingscorrector, vertaaltechnologie, zoeksystemen, chatbots … Je kan vanuit voorbeelden uit actuele media met leerlingen reflecteren over mogelijkheden en beperkingen van taaltechnologische toepassingen. Als leerlingen taaltechnologie inzetten bij het maken van een online story (LPD 6+) kan dit een aanleiding zijn om erover met leerlingen in dialoog te gaan.”

Taaltechnologie en taalredactie (3de graad SO, Moderne Talen):

  • LPD 1 De leerlingen herformuleren doelgericht (delen van) schriftelijke en mondelinge teksten in functie van de doelgroep, het kanaal of het medium.

  • LPD 2 De leerlingen analyseren hoe de context de betekenis van een taaluiting beïnvloedt.

  • LPD 4 De leerlingen gaan kritisch en doelgericht om met taaltechnologische hulpmiddelen.

  • LPD 5 De leerlingen lichten het maatschappelijk en wetenschappelijk belang van taaltechnologie toe.

  • LPD 6 + De leerlingen illustreren hoe taaltechnologie hen in hun werk als taalprofessional kan ondersteunen.

Competenties - EU DigComp en Uneso

Behalve leerplandoelstellingen voor leerlingen kunnen we ook competenties uit het EU DigComp 2.2 en Unesco framework koppelen aan dit lesproject. Beiden zijn opgesteld om leerkrachten voor te bereiden op een digitale toekomst en bevatten onderdelen zoals ethiek, AI-geletterdheid, het begrijpen van de mogelijkheden en beperkingen van AI-tools, ondersteunen van het leren van leerlingen m.b.t. AI-technologie … 

EU DigComp Framework

Unesco Framework

Benodigdheden

Om aan de slag te gaan met deze lesmaterialen en -aanpak heb je volgende zaken nodig:

  • laptop;

  • tekstverwerker (Microsoft Word, Google Docs …);

  • microfoon om het interview op te nemen;

  • toegang tot een large language model met audiofunctie, zoals bv. ChatGPT

    • Opgelet: aan het gebruik van dergelijke applicaties hangen GDPR-verplichtingen. Zo is het vaak niet toegestaan deze te gebruiken bij leerlingen jonger dan dertien jaar. Onder achttien jaar is vaak expliciete toestemming vereist. Vraag hiervoor raad bij jouw Data Protection Officer en/of ICT-coördinator.

  • notebook voor de transcriptie en voor de verwerking tot nieuwsartikel en socialmediapost door een GPT-model.


Ik wil hiermee aan de slag in de klas!

Meer informatie over AI in ons onderwijs en veel meer vind je in:

Vorige
Vorige

Webinar AI met KLASSE

Volgende
Volgende

Interview - Impact van AI op Onderwijs